CAREN VAN HERWAARDEN

DE DORSTIGE MUZE
-waarom ik van waterverf houd-

Caren van Herwaarden, 2005

Wie met waterverf werkt heeft geen ruim atelier nodig, geen dure pigmenten of papier. Je bent mobiel en onafhankelijk; waar hij ook is, de aquarellist kan altijd werken. Niemand neemt hem dat af.
Dit dacht ik toen ik in 1987 de tentoonstelling met tekeningen en aquarellen van Joseph Beuys in het Apeldoorns Van Reekummuseum zag. Ik wist onmiddellijk dat ik mijn medium gevonden had. Beuys tekende op alles dat direct voor handen was: bierviltjes, restaurantrekeningen, bonnetjes, krantenpapier of cadeauverpakking, het maakte hem niet uit. Zijn gewaterverfde tekeningen zijn nerveuze notities van ideeën, die zouden zijn vervlogen indien hij had gewacht. Ze moesten direct opgetekend worden. Tekenen deed hij o.a. met potlood, vaak begeleid door een waterige kleur. Als pigment gebruikte hij koffie, wijn, bloed, thee of ook wel gewoon waterverf. Alsof hij zijn ideeën en visies oploste in water en over het papier uitgoot. Eenmaal opgedroogd bleven er archaïsche beelden over die in hun tijdloosheid niets vluchtigs meer in zich droegen.


Studie van de schaduw: aquarel, 50x35 cm , 1995, Coll. Meester, Amsterdam

De rol van het pigment
Ik ben een pigmentkorrel, zeer, zeer  fijn vermalen en samen met soortgenoten in Arabische gom gemengd alvorens in een tube te worden geperst. Op het moment dat ik, vaak na jaren roerloos wachten, uit de tube wordt geknepen beland ik in water. Dit water draait en kolkt zo hevig dat ik ieder gevoel voor richting verlies. Overal is water, oneindig veel water. Ik los erin op en verlies het contact met andere pigmentkorrels. Dan word ik neergegooid op ruw papier met onregelmatige kloven. Plots wordt het rustig, de storm gaat liggen en ik dwarrel ten slotte omlaag. Duizelig zie ik tijdens mijn vrije val een groef onder mij verschijnen, deze porie van het papier lijkt geschikt als schuilplaats om me voorgoed in te verschansen. Moe en opgelucht zweef ik richting porie, draal even, verschuif wat en dan nestel ik me daar als een luie hond. Ik ontspan me, ik heb mijn bestemming gevonden. Langzaam wordt het eb om me heen, het water trekt zich terug en verdwijnt. Als pigmentdrenkeling zie ik voor het eerst de andere pigmentkorrels weer, ze liggen als schipbreukelingen om me heen. Ook zij kijken op, we zien het papier dat op het wad lijkt dat tijdelijk droog ligt en iets van haar eeuwenoude onderwaterleven prijsgeeft. De kijker daarentegen, ziet een waterverftekening.

De rol van het papier 
Goed papier verzoent de pigmentkorrel met zijn lot. Het pigment dat daar een rustplaats vindt, slaakt een zucht van verlichting: ‘Het is volbracht’. Zulk papier is vaak onopvallend maar opent zich gastvrij en draagt haar gasten met trots. Het blijft achtergrond. Dan heb je ook papier dat lonkt en natte dromen belooft, maar haar poriën sluit zodra de pigmentkorrel op haar avances in wil gaan. Wat overblijft is matte zuinigheid;  treurige kleuren op een krengerig vlak.

De rol van het water
De rol van het water tijdens het aquarelleren is nobel en bescheiden. Het vervoert ideeën naar hun zichtbare staat. Het verleidt de pigmenten tot een samenhangend beeld, maar juist daartoe moet het water zelf verdwijnen. Het moet wijken zodra het zijn taak heeft voltooid, dat is een voorwaarde. Want terwijl het water verdampt wordt de aquarel is geboren. Met de herinnering aan water.

De rol van de maker
Er zijn mensen die van het aquarelleren houden en zij die er gek van worden, daar tussenin zit niets. Het heeft met controle te maken. Ziehier de vereiste instelling om te kunnen aquarelleren: je moet ervan uitgaan dat het resultaat verandert nadat jij je werk gedaan hebt. En dat dat resultaat evengoed toch jóuw werk is. Met andere woorden: iets dat jij misschien niet precies zo bedoeld hebt kan wel degelijk jouw bedoeling zijn. Zoals brooddeeg verandert terwijl het rijst. Het moet met rust gelaten worden, tijd krijgen om het gist haar werk te laten doen. Je kunt de ingrediënten samenbrengen en de omstandigheden beïnvloeden maar het proces van het rijzen volgt haar eigen wetten, daar blijf je van af. Wie zich daarbij niet neer kan leggen wordt gek.


Deze tekst werd geschreven voor de catalogus ‘Een kring vol water’, 2006, ter gelegenheid van het zestigjarige bestaan van de Hollandsche Aquarellisten Kring (HAK)